Wereldliteratuur
In ongenade
J.M. Coetzee

Toen Dana en ik nadachten over welk boek we zouden lezen voor deze opdracht, kwamen we vrij snel uit bij In ongenade van J.M. Coetzee. Voor haar stond het boek al even op haar lijstje, en mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld door de korte maar krachtige omschrijving in de cursus: "Te midden van de raciale en seksuele verwarring van Zuid-Afrika na de apartheid moet een hooghartige professor steeds grotere vernederingen doorstaan." Wat volgde, was een gezamenlijke leeservaring die niet altijd comfortabel was, maar wél beklijvend.
Tijdens onze online bespreking merkten we meteen dat we op dezelfde golflengte zaten. Er viel letterlijk een diepe zucht vóór we aan de bespreking begonnen. Het boek had ons allebei op meerdere manieren geraakt en verstoord. We kwamen tot de vaststelling dat we het boek waarschijnlijk zouden hebben weggelegd, ware het niet dat we het beiden lazen in functie van een opdracht. Het lezen voelde voor mij vaak aan als het onder dwang moeten kijken naar iets waar je anders instinctief je blik van zou afwenden.

Thematiek
Wat ons het meeste bijbleef, was de constante morele tweestrijd die we ervoeren: tussen sympathie en begrip voor de hoofdfiguur David Lurie, en anderzijds walging om zijn handelen en houding. Die spanning vormt ook de kern van het boek: het morele vacuüm waarin personages zich bevinden, en de manier waarop macht, schuld, vergiffenis en vernedering in het post-apartheid Zuid-Afrika op scherp worden gesteld. De machtsverhoudingen tussen man en vrouw, wit en zwart, oud en jong keren telkens terug en worden radicaal bevraagd.
De bespreking van Mirjam Verweij op DBNL gaf me waardevolle inzichten. Zij plaatst In ongenade binnen het genre van de plaasroman, maar dan als postkoloniale herschrijving ervan. Dat perspectief deed me het boek met andere ogen bekijken. Drie motieven die ze aanhaalt, de generatiekloof, de machtsverhouding tussen man en vrouw, en het symbolische gebruik van honden, ondersteunen de thematische gelaagdheid. De generatiekloof komt subtiel naar voren in de woordkeuze van Lurie, die steeds afstandelijker klinkt tegenover zijn dochter en jongere generaties. De verhoudingen tussen man en vrouw worden dan weer op scherp gesteld door een omkering van de machtsstructuren, zowel in Davids eigen gedrag als in wat zijn dochter Lucy overkomt. De honden zijn een veelzeggend motief: ze belichamen zowel de vroegere manier waarop blanken zich verdedigden tegen zwarten, als de ontmenselijking van de blanke bevolking in het nieuwe Zuid-Afrika.

Stijl
Over de stijl van Coetzee verschilden Dana en ik van mening. Zelf ervoer ik een gevoel van gelatenheid in het proza: de personages ondergaan gruwelijke gebeurtenissen zonder zich nog echt te verzetten, alsof ze berusten in hun lot. Dana vond net dat de stijl getuigde van een absurde vasthoudendheid aan principes, alsof de personages zich vastklampten aan hun overtuigingen in een vergeefse poging om de aftakeling van de oude orde tegen te houden. Opvallend is hoe afstandelijk de derde persoon gebruikt wordt: hoewel het boek geschreven is in hij-vorm, zit je als lezer volledig opgesloten in het hoofd van David Lurie, iets wat ook Ann Peuteman benadrukt in haar opiniestuk in Knack. De verteller is dus beperkt alwetend, maar subjectief gekleurd door David.
Verhaalopbouw
De verhaalstructuur is ogenschijnlijk klassiek, maar onderhuids complex. Het boek kent een duidelijke wending halverwege: van een academisch schandaal in Kaapstad naar een boerderij op het platteland waar de verhoudingen volledig verschuiven. Die twee delen spiegelen elkaar en tonen Davids persoonlijke 'val' op verschillende manieren: eerst als gevolg van zijn eigen keuzes, later als slachtoffer van een nieuwe maatschappelijke werkelijkheid. Toch blijft het onduidelijk wat hij precies leert of verandert. Ook ik vroeg me af, net als Klaas in zijn recensie op Hebban, wat ik nu precies met dit boek moest. Vooral het subplot rond de opera over Byron bleef voor mij vaag en misschien zelfs overbodig, al kan het ook gezien worden als een spiegeling van Luries obsessie met schoonheid en controle.
Reflectie
Door het lezen van de drie externe besprekingen kreeg ik meer grip op het boek. Dankzij Verweij leerde ik het genre van de plaasroman kennen en kon ik de motieven beter duiden. Klaas verwoordde perfect mijn eigen verwarring en ongemak na het lezen. En Ann Peuteman gaf woorden aan ons gesprek over de vertelstijl. Al met al is In ongenade een moeilijk maar rijk boek, dat me niet met antwoorden achterlaat, maar met vragen die blijven nazinderen. Misschien is dat precies wat grote literatuur moet doen.